Huidige situatie
“Scholen zijn natuurlijk gebaat bij goed onderzoek – je wilt weten hoe je het doet en hoe het beter kan. Maar er gaat geen week voorbij of we krijgen een verzoek om medewerking. Dan zuchten we weleens van: móeten we weer. Ook blijkt nogal eens dat onderzoekers slordig zijn in het teruggeven van de resultaten van hun onderzoek. En dat de bruikbaarheid ervan voor ons te wensen overlaat. Het is in de huidige situatie vooral geven en weinig ontvangen.
Neem PISA (Programme for International Student Assesment), het internationale peilingonderzoek. Als je wordt geselecteerd om daaraan mee te doen, dan is dat onvoorstelbaar veel werk. De resultaten worden geaggregeerd naar landelijk niveau. Dat is op zich natuurlijk waardevol, maar jij als school kunt er niet veel mee.
Harde voorwaarden
Toen me werd gevraagd of ik bij NCO betrokken wilde zijn, heb ik meteen gezegd dat er twee harde voorwaarden zijn voor het slagen van NCO: minimale belasting van de scholen, en maximaal rendement voor de scholen. Wat betreft die minimale belasting: NCO gebruikt vooral data die al beschikbaar zijn en geeft ze gesystematiseerd terug.
Wat betreft het rendement: in het algemeen geldt dat je, in deze tijd van big data, je cijfers goed op orde moet hebben. Je moet weten wat er speelt in en rondom je school. Cijfers vertellen niet het hele verhaal, maar maken zaken wel concreet en vormen daarmee de basis voor goed beleid.
Voorbeeld
Wij zitten als scholenvereniging echt verlegen om systematische informatie over de vervolgcarrières van onze leerlingen. Nu is het zo dat je van een aantal universiteiten bijvoorbeeld best wat data kunt krijgen. Overzichten van behaalde studiepunten en dergelijke. Maar dat levert een verre van compleet beeld op. NCO kan die data wel verkrijgen en leveren. Heb je dan over een aantal jaren een aantal reeksen resultaten, dan kun je echt zien hoe jouw leerlingen het doen als ze de school verlaten. Dan weet je ook of jouw opleidingen je leerlingen voldoende toerusten. En dan kun je op basis van die conclusies besluiten je onderwijs aan te passen. Dan heb je dus echt wat aan NCO.”
Drs. Eugène Bernard is voorzitter College van Bestuur van Stichting Limburgs Voortgezet Onderwijs (LVO). LVO (Stichting Limburgs Voortgezet Onderwijs) is een organisatie bestaande uit 23 scholen met meer dan 30 locaties. Dit stelt hen in staat om te investeren in onderwijskwaliteit, -innovatie en -ontwikkeling én in het werven van startende leraren. Met circa 2.700 medewerkers hebben zij veel kennis in huis. Zij stimuleren de kennisdeling tussen alle medewerkers. Eugène Bernard is tevens lid van de NCO-begeleidingscommissie.