Waarom is onderwijsdata voor jou onmisbaar?
Data brengt alles samen wat we op school doen. Iedereen werkt keihard aan goed onderwijs in de klas en in het mentoraat, maar met data zie je ook op een hoger, abstracter niveau hoe het op school gaat. We gebruiken data om hypotheses te formuleren: wat valt op, waar wijken we af en wat kan daarachter zitten? Vervolgens is het natuurlijk de kunst om deze informatie om te zetten naar effectief schoolbeleid.
Wat is de toegevoegde waarde van de NCO-rapportages voor jullie?
De NCO-rapportages voegen twee dingen toe. Ten eerste bieden ze andere data dan wij op schoolniveau hebben. Ten tweede laten ze ontwikkelingen over langere tijd zien. Die lange lijn is cruciaal: je kijkt niet naar een momentopname, maar naar trends op langere termijn. De voorspelde referentiewaarden in de rapportages bieden daarnaast nuttige informatie. Als we boven of onder die bandbreedte zitten, is dat een seintje om dieper te graven. Daarbij gaat het niet om “het landelijk gemiddelde” najagen; elke school is namelijk uniek. Afwijken mag – als je maar begrijpt waarom.
Wat doen jullie verder met de NCO-data?
We maken het heel praktisch. We vormen bijvoorbeeld werkgroepen rondom een concreet thema dat uit de rapportages naar voren komt. We leggen NCO-data naast onze eigen gegevens, formuleren hypotheses en bepalen welke vervolgvragen we moeten stellen. De schoolleiding is daar enthousiast over. En het mooie is: als we met de juiste conclusies aan de slag gaan, zouden we dat in de volgende NCO-rapportages terug moeten zien. Een paar voorbeelden van wat ons opviel in eerdere rapportages:
Praktijkvoorbeeld I: vwo-advies, maar uiteindelijk havo
Uit de rapportages kwam een opvallend patroon naar voren: we zagen dat relatief veel leerlingen met een vwo-advies bij ons in de havo-bovenbouw terechtkomen. Hoewel je je kunt afvragen of basisscholen wellicht een te hoog advies geven, kozen we ervoor om ook kritisch naar onszelf te kijken. Een belangrijke hypothese die we onderzoeken is of ons vwo misschien niet uitdagend genoeg is. Dit idee sluit aan bij de relatief hoge vwo-cijfers die we op onze school zien. Het lijkt erop dat vwo-leerlingen in de onderbouw niet genoeg uitgedaagd worden en daardoor afzakken haar havo. Veel collega’s herkennen zich in een gebrek aan motivatie bij vwo-leerlingen. Om deze vragen verder te onderzoeken, zijn we gestart met een ‘Werkgroep motivatie’ en een ‘Werkgroep doorstroom’.
Praktijkvoorbeeld II: leren van de coronajaren
Uit de NCO-rapportages bleek dat er binnen onze school verschillend werd gereageerd naar aanleiding van het ‘thuiswerkjaar’ tijdens corona. Op het vwo hanteerden ze een soepelere overgangsnorm, met het idee dat het een moeilijk jaar was voor leerlingen en eventuele achterstanden in het jaar erop wel ingehaald zouden worden. Op havo werd daarentegen veel vaker gekozen om leerlingen te laten doubleren. Dat viel ons met name op door onze grote afwijking van het landelijk gemiddelde. Zonder de NCO-rapportages waren we deze interessante informatie niet te weten gekomen.
Afwijken van het landelijk gemiddelde is overigens niet per se erg. Maar dankzij de voorspelde referentiewaarden kunnen we wel kritisch kijken of de afwijking komt door unieke schoolfactoren of dat we voortaan toch andere keuzes in ons beleid moeten maken.
Beluister de podcast met Terence