In de praktijk: Nicolette Seuren

Nicolette Seuren werkte 25 jaar als directeur op verschillende basisscholen en is nu adviseur onderwijs en kwaliteit bij Dynamiek Scholengroep. In de podcast ‘NCO in de onderwijspraktijk’ vertelt zij hoe ze de NCO-rapportages naast andere informatiebronnen gebruikt en wat de meerwaarde hiervan is.

Bron: NCO

"Door de data te analyseren ontdekten we dat niet al onze aannames klopten."

Nicolette Seuren

Ga je in je huidige rol anders om met onderwijsdata dan toen je nog directeur was?

Ja. Ik werk nu bewuster en breder met data dan voorheen. Als directeur gebruikte ik data vooral om op schoolniveau bij te sturen. In mijn huidige functie richt ik me ook meer op externe bronnen - zoals de NCO-rapportages - om onze resultaten in een bredere context te zien. Dit helpt me om verder te kijken dan data die we uit onze eigen systemen kunnen halen en een vergelijking tussen scholen te kunnen maken. Ik wil collega’s laten zien hoeveel kansen daarin zitten voor het verbeteren van de onderwijskwaliteit. Met de NCO-rapportages en met name ook de leergroeirapportages krijgen we meer zicht op trends, op de kenmerken van de leerlingpopulatie en op waar het onderwijs wél of juist niet rendeert.

We werken volgens de denk- en werkwijze van Opbrengstgericht Passend Onderwijs. Twee keer per jaar analyseren we de opbrengsten op drie niveaus: school, groep en leerling. We stellen onszelf de vraag wat we hebben aangeboden en wat dat heeft opgeleverd. Ligt het onderwijs op koers, dan zetten we voort wat we al deden. Zo niet, dan onderzoeken we samen welke oorzaken er kunnen zijn en wat er didactisch of organisatorisch anders moet.

Welke functie hebben de NCO-rapportages in deze analyses?

De NCO-rapportages plaatsen onze eigen metingen naast landelijke informatie en laten de ontwikkeling over meerdere jaren zien. Ook de vergelijking met de voorspelde referentiewaarde is nuttig: zo zien we wat de te verwachten score voor een school op basis van leerling- en schoolkenmerken zou zijn. Dat geeft een eerlijkere en betekenisvollere afspiegeling dan alleen het landelijk gemiddelde. 

Een voorbeeld: we zagen in de leergroeirapportages dat leerlingen uit eenoudergezinnen met lagere inkomens meer groei lieten zien dan we vooraf hadden verwacht, terwijl een groep leerlingen uit tweeoudergezinnen juist minder vooruitging dan gedacht. In het team leefde de veronderstelling dat het met die laatste groep “wel goed zat”. Door de data te analyseren ontdekten we dat niet al onze aannames kloppen. Dat was confronterend, maar vooral ook nuttig: het maakte blinde vlekken bespreekbaar en gaf richting aan het gesprek over verbeteringen.

Hoe vertaal je die inzichten vervolgens naar de praktijk?

We gaan nu bijvoorbeeld aan de slag met een populatie-analyse: wie zitten er bij ons op school en wat hebben zij nodig? Hier bleek het op onze scholen aan te ontbreken. Vanuit de leergroeirapportages zie je bijvoorbeeld ook of een specifieke doelgroep achterblijft ten opzichte van de voorspelde referentiewaarde. Dan passen we het onderwijs gericht aan. Als bijvoorbeeld blijkt dat er groepen leerlingen zijn die achterblijven bij begrijpend lezen dan zorgen we voor meer expliciete instructie en extra oefenkansen. In de volgende meetronde toetsen we dan of die aanpassingen effect hadden. 

Ook helpen de leergroeirapportages om tijd en aandacht eerlijker te verdelen. Wat vaak gebeurt is dat er veel tijd en aandacht gaat naar de leerlingen die het wat moeilijker hebben. Of juist naar de leerlingen die meer uitdaging nodig hebben. Door de leergroeirapportages zagen we dat het leerpotentieel van de kinderen die juist in de middengroep zitten niet altijd even goed benut werd. Dat inzicht heeft ons geholpen om de instructietijd opnieuw te wegen, zodat ieder kind krijgt wat het nodig heeft.

Hoe maak je de data uit de rapportages bespreekbaar?

Ik neem de inzichten die ik uit de NCO-rapportages haal mee in het gesprek met de schoolleiding en leg ze naast de resultaten van interne programma’s zoals Focus PO. Samen kijken we wat de resultaten betekenen voor het beleid en de praktijk in de klas. De rapportages helpen ons daarbij om gericht en rechtvaardig te kijken of de groei conform verwachting is voor onze leerlingpopulatie en waar deze achterblijft. Zo voorkomen we dat we beleid baseren op een onderbuikgevoel. Het is mijn doel dat de scholen ook met elkaar in gesprek gaan over de data en om onderling ervaringen uit te wisselen.

Heb je tot slot een advies voor kwaliteitsmedewerkers en schoolleiders?

Mijn grootste advies is: lees de rapportages en ga erover in gesprek. De data krijgt pas echt waarde wanneer je er samen mee aan de slag gaat. 

Beluister de podcast met Nicolette